

We starten onze route in Forres naar Elgin verder naar Rothes en vandaar naar Keith waar naar mijn menig de mooiste distilleerderij staat. Hier vervolgen we onze route naar Dufftown verder naar Glenlivet, verder naar Aberlour door naar Craigellachie en dan naar Acchiestown om zo terug te keren naar Forres
De route is bewegwijzerd met bruine borden waarop ‘Malt Whisky Trail’ staat. Je kan de route om het even starten waar je wil. De route gaat over acht distilleerderijen en een kuiperij en is ongeveer 120 km lang. Er zijn veel meer distilleerderijen in de regio, aan u de keuze.
Cardhu, deze distilleerderij is meer dan een eeuw geleden opgericht, toen de vrouw van de oprichter zo vriendelijk was een rode vlag te hijsen om de plaatselijke keuterboertjes te waarschuwen als de ovrheid op zoek was naar illegale stokerijen.
In Speyside Cooperage komt u alles te weten over het kuipen en hoe eiken fusten voor whisky worden gemaakt en hersteld.

De oorsprong van de whisky ligt terug te gaan naar lang vervlogen tijden, maar men kan ongetwijfeld stellen dat de Kelten heel lang geleden al konden distilleren en dat ze een naam hadden om het product te omschrijven (uisge beatha - levenswater). De Schotten lijken deze praktijk tot op vandaag te hebben voortgezet of bewaard.
Om in aanmerking te komen voor de benaming whisky moet de drank minstens 3 jaar gerijpt zijn; als het rijpen in eiken vaten (ook fusten genoemd) minder lang duurt, dan kan het distillaat onmogelijk de naam "whisky" krijgen.

Om mout te verkrijgen, moet de gerst uitgestrooid worden en bevochtigd worden om te kiemen. Dit duurt een tot twee weken. De kieming wordt stopgezet door de gerst boven een oven te drogen, die over het algemeen gestookt wordt met turf, waardoor bepaalde whisky's een karakteristiek aroma en een typische smaak krijgen Na droging wordt de mout fijngemalen tot een soort bloem, in het Engels "grist" genoemd.
De gemalen gedroogde mout wordt gemengd met warm water. Deze bewerking heeft tot doel het zetmeel in de mout om te zetten in fermenteerbare suikers. Ze vindt plaats in grote houten kuipen, "mash tuns" genoemd. Het product van dit beslaan (mengen) wordt "wort" genoemd.
Aan de aldus verkregen wort wordt gist toegevoegd om de alcoholische gisting op gang te brengen. Tot hier lijkt dit proces op de fabricage van bier, maar de volgende fase is eigen aan whisky.
De aldus verkregen gegiste wort (most) ondergaat een dubbele distillatie om de alcohol van het water te scheiden. De eerste distillatie vindt plaats in grote, koperen distilleerkolven met een brede basis, de zogenaamde "wash stills". Ze worden geleidelijk aan verhit, de ontsnappende alcoholdampen worden opgevangen en afgekoeld in condensors vooraleer in een tweede, smallere distilleerkolf, de "spirit still" te worden gebracht, waar het distillatieproces wordt herhaald. De eerste dampen en de laatste (de voorloop en de naloop) hebben een lagere kwaliteit en worden afgezonderd en opnieuw gebruikt voor de volgende distillatie. Enkel de "middle cut" wordt bewaard en in fusten gedaan. Vele distilleerders menen dat de vorm en de grootte van de distilleerkolven twee van de belangrijkste factoren zijn die de whisky zijn eigen smaak geven. De Ierse en ook sommige andere whisky's doorlopen over het algemeen een drievoudige distillatie. Aan het einde van deze productiestap is de whisky kleurloos.
De whisky zal ten slotte rijpen in gebruikte of nieuwe eiken vaten, in tegenstelling tot cognac, die alleen in nieuwe fusten tot rijping mag komen. Na afloop van deze fase krijgt de whisky zijn definitieve kleur. De fusten die gebruikt worden voor whisky hebben een drievoudige oorsprong: het kunnen Bourbon-fusten zijn (afkomstig uit de Verenigde Staten) ofwel portovaten (uit Portugal) of nieuwe eiken vaten aangekocht in diverse landen of gemaakt in Schotse kuiperijen, zoals voor The Balvenie. De verkleuring hangt af van het gebruikte type fust. Zo geeft een fust van sherry fino de whisky een amberkleur, terwijl een fust van oloroso de whisky donkerder zal maken. De bourbon-vaten resulteren dan weer in een goudgele of strogele kleur. Het gebruikte type fust voor het rijpen heeft niet alleen invloed op de kleur, maar ook op de smaak. Naargelang van de distilleerderij kan het rijpen ofwel uitsluitend gebeuren in één type fust dan wel in een combinatie van types.
Na afloop van de rijpingperiode heeft de whisky nog een alcoholgehalte van ongeveer 60%. Hij wordt over het algemeen aangelengd met bronwater tot het gebruikelijke alcoholgehalte van 40% vooraleer gebotteld te worden. Er bestaan evenwel flessen in de handel met "cask strength", d.w.z. onmiddellijk uit het fust getapt. De minimale rijpingsduur van een whisky bedraagt 3 jaar, maar de meeste single malt whisky's blijven over het algemeen 8 tot 12 jaar in het rijpingsvat. Tijdens het rijpen gaat een deel van de alcohol door verdamping verloren. Dit wordt door de distilleerders vreemd genoeg het deel van de engelen genoemd.
