

In het gebied rond de breuklijn die de Highlands in tweeën deelt liggen de hoogste bergen en de indrukwekkendste meren van Schotland. Met uitzondering van het vriendelijker landschap rond Nairn aan de Moray Firth en de groene heuvels in het zuiden van Kintyre, die doen denken aan het idyllische Ayrshire, is dit een ruig en guur gebied. De centrale Cairngorms zijn bijna helemaal in beslag genomen door skiliften, die het hele jaar toeristen afzetten op het kwetsbare arctische plateau, maar de westelijke Cairngorms krijgen slechts bezoek van een handvol onverschrokken wandelaars. In de uitgestrekte dalen van de Cannich en de Affric ten westen van de Great Glen zijn stuwdammen gebouwd, maar ust en stilte zijn ook daar nog altijd ruim voorhanden. Ten noorden van Loch Morar liggen de ongebaande Rough Bounds of Knoydart. Zelfs op de oevers van Loch Linnhe zijn hier en daar geen wegen te vinden. De Great Glen zelf is groot, maar niet erg indrukwekkend.Toch wordt het dal druk bezocht door mensen die in een dag of twee de Highlands willen ‘doen’en vooral door diegenen die hopen in het drukke Inverness de echte Highlands te ontdekken.Het verdient aanbeveling om in plaats daarvan naar Glen Roy te gaan met zijn merkwaardige ‘Parallel Roads’,of naar Loch Arkaig en de mysteries van een jacobitische schat.
Dit gebied van oude dennenbossen iet er anders uit.De blauwe schaduwen op de Cairngorms op de achtergrond veranderen met de stand van de zon, terwijl de Larig Ghru, de oeroude bergpas die Speyside met Deeside verbindt, afwisselend baadt in het licht en in diepe duisternis is gehuld. Behalve op de bossen, de meren met hun visarenden en andere zeldzame vogels, de langgerekte bergpassen en hoog- gelegen wandelpaden, komen de toeristen af op attracties als stoomtreinen en Highland-safarie’s.
Argyll, met Loch Linnhe, is weer anders. Hier vindt u de zeearmen met beboste heuvels op de achtergrond die zo vaak op ansichtkaarten staan. De heuvels worden richting zuiden steeds langer, maar het landschap blijft een woeste indruk maken, zoals in de verdronken valleien van Knapdale.Alleen op het uiterste puntje van Kintyre is de sfeer van de Highlands bijna geheel verdwenen. De meeste dorpen en steden in het gebied hebben al generaties lang met toeristen te maken. Inverness is een groot commercieel centrum dat de hele noordelijke Highlands bediendt. Aviemore is pas in de jaren zestig gebouwd -, de stad ziet er verwaarloosd uit en levert een grote cultuurschok op voor wie verwacht onderweg naar het noorden schilderachtige dorpjes tegen te komen. Fort William is vrijwel niet te vermijden in de westelijke Highlands. Het doet zich niet schilderachtiger voor dan het is, maar kan vanwege zijn faciliteiten goed van pas komen. Verder naar het zuiden vormt het oude vakantieplaatsje Obande toegangspoort van de Hebriden. Campbeltown in het zuiden van Kintyre wordt vaak
over het hoofd gezien. Het is een hard werkende gemeenschap met alle mogelijke voorzieningen.Behalve deze stadjes ligt er in het gebied een groot aantal kleinere plaatsen, maar de westelijke Highlands dragen toch vooral een landelijk en ongetemd karakter met uitgestrekte bossen en vooral weelderig groen. Wanneer de heuvels in nevelen gehuld zijn en de overheersende zuid-westenwind giert om campings en luxehotels, bedenk dan dat het weer hier ook elk moment naar een goede kant kan omslaan (hoewel eerlijkheidshalve moet worden toegegeven dat sommige van de natste delen van Schotland rond de Great Glens liggen ). Als de zon zich weer laat zien, stralen heuvels en meren in oogverblindende kleuren en is alle ellende weer vergeten. Dit is, in de juiste tijd van het jaar, het Schotland zoals de mensen het zich voorstellen.
