

Vandaag was een bezoek aan Glamis Folk Museum geplant. We reden richting Aberfeldy via de A827 en zo verder naar de A9 richtng Perth. Dan namen we de A923 richting Blairgowrie en Rattray. Hier nemen we de A926 verder naar Kirriemuir het dorp van Peter Pan. Dan de A928 naar Glamis Na het bezoek aan het museum reden we via de A94 naar Meigle en Coupar Angus. In Coupar Angus nemen we de A923 richting Blaigowrie om net voorbij de River Isla de A984 te nemen naar Meikleour voor een kijkje naar de hoogste beukenhagen ter wereld. Dan vervolgden we onze weg richting Perth voor een bezoek aan Scone Palace. Na het bezoek aan Scone vervolgen we onze weg naar Dunkeld via de A9 voor een stads bezoek. Deze dag was weer veel te snel voorbij. We vertreken terug naar Kenmore, we steken de A9 over en nemen de A822 richting Trochry om dan de A826 te nemen naar Aberfeldy en zo terug naar Kenmore.
Lees meer.....
Kirriemuir is een vroeg voorbeeld van specialisatie. In de jaren 1760 toen een lokale wever een dubbele dikte doek ontwikkelde voor het gebruik in korsetten. Dit vormde de basis voor de groei in Kirriemuir als een textiel-centrum en in 1860 waren er 1500 wevers met een hand-weefgetouw in Kirriemuir en 500 wevers in de omgeving.
Verder is Kirriemuir bekend van het geboortehuis van J.M. Barrie, de bedenker van Peter Pan, is open voor bezichtigingen. Een expositie en een audiovisuele presentatie met memorabilia en theaterkostuums van Barrie.
De camera obscura, een van de slechts drie overgebleven in Schotland, staat op Kirrie Hill en biedt een prachtig uitzicht op Kirriemuir en de omliggende valleien
Lees meer.....
* Dit opmerkelijk museum heeft een kijk op een wereld die nu grotendeels verdwenen is en staat aan beide zijden van de weg, Kirk Wynd, deze straat loopt van het centrum van het dorp naar St Fergus Kirk.
* Het Angus Folk Museum werd opgericht door Jean, Lady Maitland, die bracht een uitgebreide collectie voorwerpen die het landelijke leven in Angus tijdens het midden van de 1900 in gebruik was. Het museum werd toevertrouwd aan de zorg van de National Trust for Scotland in 1976. Het NTS blijft het museum tot op heden nog steeds runnen
* Er zijn twee zeer verschillende elementen aan het museum. U begint uw rondreis in de receptie en de winkel. Deze staat aan het ene uiteinde van een terras van zes huisjes, die de meeste collecties van het museum huisvesten. De huisjes waren oorspronkelijk gebouwd in 1793 voor de werknemers die op de Glamis Estate werkten, en werden geschonken door de 16e graaf van Strathmore en Kinghorne aan Lady Maitland om er de verzameling een onderkomen te bieden..
* Geen van de huisjes had riolering of stromend water: al het water moest worden getrokken uit een pomp die nog steeds buiten op het terras staat. De huisjes zijn intern omgezet naar een lange rij van onderling verbonden kamers, elk met een collectie waarin een bepaald aspect van de traditionele Angus leven te bieden heeft
* Het tweede deel van het museum is gevestigd in een traditioneel boerenerf rond een steen gemarkeerd binnenplaats aan de andere kant van de huisjes. Veel van deze collectie is afkomstig van de thuisbasis van "Life on the Land" collectie. Hoewel de wagenloods aan de achterzijde van de boerderij eruit ziet alsof hij er altijd al geweest is, is deze eigenlijk van Knockenny Farm, een mijl ten zuiden van Glamis. De wagenloods werdt ontmanteld en herbouwd op de huidige locatie in 1992..
* Vanaf de boerderij, het eerste gebouw aan de linkerkant is de traditionele lijkwagen huis van de Glamis parochie. Binnen vind je de door paarden getrokken lijkwagen die werd gebruikt in Glenisla. Deze zou zijn gebruikt om de meer welgestelde inwoners van de parochie op hun laatste tocht te nemen naar het kerkhof. De anderen konden een beroep doen op de gewoon karren van de boerderij of werden gedragen door vrienden of familieleden.Een beetje verder langs dezelfde kant is de smidse, uitgerust met een smederij, plus alle gereedschappen en diverse items die een smid nodig had om zijn werk te kunnen uitvoeren.
* De stallen illustreren de werkelijkheid over de landbouw in Schotland tot de jaren 1950. De belangrijkste drijfkracht op de boerderij was het paard. Even verrassend was dat tot een derde van alle landbouwgrond werd gebruikt voor het verbouwen van voedsel, voor de paarden was er veel werk op de boerderij. De stal hier in het museum toont de compleet uitrusting met een reeks van harnassen en andere apparatuur, en met een ploeger en paard zoals deze werd gebruikt in die tijd. Het achterste gedeelte van de boerderij is het thuis van de bothy (knecht). De knechten op landbouwbedrijven werden relatief vaak tot het einde van de jaren 1940 voorzien van accommodatie voor niet-gehuwde landarbeiders. Knechten werden deels betaald in contanten en deels door het verstrekken van logies en rantsoenen van havermout, melk, aardappelen en turf of steenkool.
* De verplaatste wagenloods aan de achterzijde van de boerderij wordt gebruikt om een verbazingwekkende verzameling van karren en landbouwwerktuigen in onder te brengen. Een groot deel van het gamma is een meer geformaliseerde tentoonstelling over het leven en de verandering op platteland van Schotland. Het eerste deel was het leven uit 1800. De tweede was de vervanging van het paard door de trekker na de Tweede Wereldoorlog.
* Dit museum is zeker een aanrader
Lees meer.....
Na het sluiten van de vele textielfabrieken langs de rivier de Ericht werd de regio in de 20e eeuw het centrum van zacht fruit, voornamelijk frambozen en aardbeien werd een zeer belangrijk onderdeel van de economie van de stad
Lees meer.....
De Meikleour beukenhaag staat in het Guinness Book of Records als de grootste en hoogste beukenhaag sinds 1966 ter wereld. De haag is ongeveer 37 meter (120 voet) hoog op zijn hoogste punt en is bijna 530 meter lang. De haag word om de 10 jaar geschoren en bijgeknipt door 4 man en duurt ongeveer 6 weken.
De haag werd geplant in het najaar van 1745 door Jean Mercer van Meikleour en haar man Robert Murray Nairne, die vervolgens werd gedoodt in de Slag bij Culloden in 1746. Na het overlijden van haar man, zou Jean Mercer van Meikleour de haag niet meer scheren, waardoor deze door naar de hemel te laten groeien zij een eerbetoon aan haar man Robert Murray Nairne bracht
De Meikleour beukenhaag is een korte wandeling, ongeveer 300 meter, vanuit het Meikleour hotel. Het is het meest spectaculair in de herfst, de grootte maakt het indrukwekkende op elk moment van het jaar.
Scone Palace is een Georgiaans paleis uit de vroege negentiende eeuw, gerealiseerd door het ombouwen van het zestiende-eeuwse paleis van Scone Abbey. Scone Palace is gelegen in Scone
Voor meer uitleg over het kasteel ga naar Link....
Lees meer.....
Werd in 850 door Kenneth MacAlpine tot de kerkelijke hoofdstad van Schotland benoemd. Vanwege zin ligging aan de zuidgrens van de Grampian Mountains was het een favoriete plaats van samenkomst voor Hooglanders en Laaglanders.In 1689 deden de Cameronians, die voor de Engels-Hollandse koning-stadshouder William IIIvochten, een poging de troepen van de Stuart-koning Jacobus VII te verjagen en legden de stad vollidig in as. Het stadje werd herbouwd en is nu een van de mooiste plekjes in de streek; met witgekalkte huizen en een historische kathedraal, die zeker een bezoekje waard zijn. Het info-bureau ligt aan The Cross in het centrum van de stad. De kathedraal is deels een ruÏne en ligt in het noorden van de stad aan de oost-oevers van de Tay tussen de bomen en grasvelden.
De bouw begon in de 12de eeuw en duurde 200 jaar, naar tijdens de reformatie werd de kathedraal grotendeels verwoest. Het huidige gebouw is gotische en normandische stijl bestaat uit het 14de eeuwse koor en het 15de eeuwse schip. Het koor werd in 1600 ( en vele malen daarna ) gerestaureerd en doet nu dienst als parochiekerk.
Verder is de opvallende beeltenis van de "Wolf van Badenoch", Robert II's zoon, die in 1343 werd geboren. Hij vergaarde zijn bijnaam en beruchtheid nadat hij door de kerk was geëxcommuniceerd omdat hij zijn vrouw in de steek had gelaten. Uit wraak brandde hij de stadjes Forres en Elgin plat en plunderde hij de kathedraal van Elgin. Later kwam hij tot inkeer en en beleed hij in het openbaar zijn zonden, waarna zijn broer Robert III hem absolutie verleende.