

In tegenstelling tot andere jaren reisen we dit jaar overdag naar Schotland in plaats van s'nachts te reisen, met een overnachtig in Moffat. We overnachten in het zelfde hotel als toen we onze eerste reis naar Schotland deden in 1992. Het Buccleuch Arms Hotel in de High Street van Moffat is een uit 1760 daterend Georgiaanse Coaching Inn, het grootste deel van zijn oorspronkelijke kenmerken zijn behouden. Opmerkelijk is de dramatische hotelgevel die met de overwegend Schotse lokale architectuur contrasteert. Verder is er de mooie open haard in de bar van het hotel, de Buccleuch Coat of Arms waar er nog herinnering van het verleden en historische schakels met de Hertog van Buccleuch aanwezig zijn.
Moffat, dat door heuvels en dalen is omgeven, is een mooi marktstadje met een brede en elegante High Street die wordt gesierd door Georgian herenhuizen en omgeven door straten vol kleurige natuurstenen huisjes. Deze laatste gaan terug tot de 18de eeuw toen Moffat tijdelijk een modieus kuuroord was waarvan de zwavelbaden rijke en beroemde mensen aantrokken. Een teleurgestelde gast opperde dat het naar ruimwater stonk, maar het was goed genoeg voor sterren als Robbie Burns en James Boswell, die hier kwamen om de gemene vlekken weg te wassen. Moffat is niet meer zo modieus, ondanks het feit dat het in 1996 de prijs heeft gewonnen voor best onderhouden plattelandsstadje.
Het kent zulke tamelijk onbelangrijke attracties als het door John Adam ontworpen Moffat House Hotel en de Calvin-fontein ernaast, waarvan de stevige bronzen ram per ongelijk zonder oren uit de mal kwam. Niet ver vandaar zat in de pub Black Bull John Graham of Claverhouse toen hij uit naam van Karel II de vervolging van de covenanters beraamde.
Ga voor meer inzicht in de geschiedenis van de stad naar het museum in Church Gate.
Verder is er de St Andrew's Parish Church.
Na een stevig scots breakfast reden we verder naar onze bestemming Lairg.
