

Het weer is bewolkt naar droog, vandaag gaan we het midden van de Schotse noord kust verkennen. We rijden via de A836 richting Rhian, Crask Inn verder naar Altnaharra. Deze single track neemt ons mee door het mooie Strath Vagastie. In Altnaharra slaan we rechtsaf en volgen we de B873 langs Loch Naver doorgeen Strathnaver naar Syre. Hier stekken we de rivier Naver over en nemen we de B871 richting Kinbrace. Op het einde van de weg slaan we linksaf naar Golval. Deze weg voert ons doorgeen Strath Halladale.
Golval ligt aan de top van Melvich Bay; hier stroomt de rivier Halladale in zee. Verder richting Melvich, iets voorbij Strathy rijden we rechtsaf naar Strathy Point. Nu terug voor een bezoekje aan Bettyhill. We rijden verder naar Tongue, maar eerst even genieten van het uitzicht op Tongue Bay. Na een bezoek aan Tongue reden we via de A836naar Lettermore aan Loch Loyal terug naar Altnaharra en zo terug naar Lairg, het begint stilletjes te regenen.
De kleine gemeenschappen van Melvich en Portskerra zijn gelegen aan het einde van Strath Halladale, waar de rivier de Halladale uitmondt in de zee bij Melvich Bay. Melvich zelf ligt op de hoofdweg die over de gehele lengte van het noorden Sutherland kust loopt, terwijl Portskerra kan worden gevonden in een zijweg naar de zee. Melvich Beach, met een ongerept stuk gouden zandstrand, ligt aan het hoofd van de baai. Het kan worden bereikt vanuit het dorp door een bewegwijzerde spoor te volgen dat leidt naar een parkeer net boven de duinen. Aan de oostelijke kant van de baai is Bighouse Lodge. Gebouwd in de jaren 1760, werd dit grote huis eigendom van de Mackays, die zijn ook eigenaar van de gronden van Strath Halladale. Naast de lodge, zijn er ook andere gebouwen, met inbegrip van de kazerne, een ommuurde tuin, een tuin paviljoen en een ijs huis. Men gelooft dat de kazerne werden gebruikt om troepen van de Jacobites in 1745 tijdens de opstand te herbergen. De Bighouse en haar landt in Strath Halladale werden verkocht aan de Markies van Stafford en de gravin van Sutherland in 1829, en werd een deel van de Sutherland Estates.Portskerra is altijd een visserij-gemeenschap, en dicht bij de pier vindt u de Drowning Memorial. Dit monument herinnert aan de vele vissers uit het dorp die de loop der jaren verloren gegaan op zee. De gedenksteen bevat een vers van de beroemde dichter Hugh Macintosh, die werd geboren in Portskerra in 1901.
Tongue (Gaelisch: Tunga) is een klein kustdorp in het noordwesten van het Schotse raadsgebied Highland, met een populatie van rond de duizend mensen.
Het dorp ligt aan de oostoever van Kyle of Tongue en ten noorden van de bergen Ben Hope en Ben Loyal.
Het gebied was een historisch kruispunt voor de Gaels, Picten en de Vikingen. De naam "Tongue" komt van het Noorse woord "Tunga" dat wijst op de vorm van het gebied dat lijkt op een tong.
In 1746 vond in de buurt van Tongue een beslissende zeeslag plaats tussen de twee boten van de Royal Navy en een boot van Jacobieten met een schat. De bemanning probeerde aan land te gaan met het geld maar werden gevangen genomen door de Navy met behulp van de lokale bevolking. Hierdoor verloor Bonnie Prince Charlie een grote som geld die nodig was om de oorlog te blijven financieren.
Flow Country is de naam gegeven aan een groot turfland en draslandgebied in Caithness en Sutherland in Schotland.Flow Country is het grootste gebied van golvend hoogveen in Europa, en bedekt ongeveer 4,000 vierkante kilometer.
Het gebied is het huis van een groote diversiteit aan leven, en wordt gebruikt als broedplaats door veel vogels zoals de Groenpootruiter, Bonte strandloper, Smelleken en Goudplevier.
De Flow Country werd zwaar beschadigd tussen 1979 en 1987 door onder andere het planten van coniferen. De bomen droogden het veen uit, veranderden het landschap en vernietigden de leefomgeving van vogels en andere dieren. De bomen werden vooral geplant op het land gekocht door Fountain Forestry, die wist dat dit aantrekkelijk was voor rijke investeerders aangezien zij belastingverlaging konden aanvragen op deze manier. Het droogleggen van het veen en het planten van de bomen hielp de lokale werkloosheid op te lossen. In 1987 stuurde de Nature Conservancy Council (NCC) een rapport naar Londen over hoe Flow Country ten onder ging. De Schotten waren woedend over deze bemoeienis, en lieten de Conservatieve Party Overheid de NCC ontbinden en een aparte Schotse organisatie oprichten genaamd Scottish Natural Heritage. In 1988 besefte Nigel Lawson dat het planten van de bomen enorme schade toebracht aan het laatste stukje echte wildernis in het Verenigd Koninkrijk. Hij stopte de belastingverlagingen voor het planten van bomen.
In een poging de schade te herstellen kocht de Royal Society for the Protection of Birds (RSPB) een groot stuk land in het centrum van de Flow Country en liet het Forsinard natuurgebied aanleggen. Meer dan 20 km² is teruggekocht van Fountain Forestry. De dode bomen zijn achtergelaten in de hoop dat het rottingsproces binnen 30 – 100 jaar het veen zal herstellen.
De Flow Country is een mogelijke UNESCO Werelderf