

De winderige heidevelden van Culloden ten oosten van Inverness, waren getuige van de laatste veldslag die plaats vond op Britse bodem. Op 16 april 1746 werd het jacobitisme uiteindelijk onderdrukt. De tweede opstand van de jacobieten begon op 19 augustus 1745, met hijsen van de vlag van de Stuarts in Glenfinnan aan de westkust. Niet veel later viel Edinburgh in jacobitische handen en begon Bonnie Prince Charlie aan zijn mars op Londen. De Engelsen hadden het bevel over hun troepen echter aan de jonge, ambitieuze hertog van Cumberland gegeven, hetgeen, in combinatie met slecht weer en gebrek aan geld, de jacobieten er uiteindelijk toe dwong om zich naar het noorden terug te trekken. Ze kwamen terecht in Culloden, waar ze, uitgeput en uitgehongerd na afloop van een zinloze nachtelijke mars, tegenover een Engelse overmacht kwamen te staan.
De open, vlakke grond van Culloden Moor was echter geheel en al ongeschikt voor de dappere, doch ongedisciplineerde manier van vechten van de Hooglanders, waarvoor steile heuvels en schuilplaatsen nodig zijn, zodat verrassingsaanvallen kunnen worden uitgevoerd. Na de slag, waarin 1500 Highlanders werden afgeslacht ( velen van hen lagen gewond op het slagveld), vluchte Bonnie Prince Charlie westwaarts naar de heuvels en eilanden, waar loyale Highlanders hem onderdak en bescherming boden. Uiteindelijk vluchtte hij naar Frankrijk, zijn aanhangers aan hun lot overlatend. Wat meteen het einde was van het clansysteem. De clans werden ontwapend en het dragen van de tartan evenals het bespelen van de doedelzak werd verboden. De clanleiders werden landheren die uit waren op alsmaar hogere pachtgelden. De nederlaag in Culloden leidde ook tot een orgie van gewelddadige represailles tegen Schotland, toen ongeregelde Britse troepen het in de dorpen in de regio op een plunderen en verkrachten zetten, binne een eeuw was de Highland manier van leven op onherkenbare wijze veranderd.
Vandaag de dag kunt u vrij op het slagveld rondwandelen, de posities van de legers zijn met vaandels gemarkeerd, en de clan-graven zijn met eenvoudige rotsblokken gemarkeerd. Het Field of the English, vele jaren ongemerkt, is een massagraf voor ongeveer vijftig Engelse soldaten die er omkwamen. Ongeveer 800 m ten oosten van het slagveld, net voorbij de kruising op de hoofdweg, staat de Cumberland Stone, waarvan men vele jaren dacht dat hij door de hertog als uitkijkpost was gebruikt. Het is echter waarschijnlijker dat hij veel dichterbij stond en de steen eenvoudigweg gebruikte om te schuilen. Er werden dertig jacobieten levend verbrand buiten de oude Leanach cottage, dat naast het bezoekerscentrum staat, binnenin heeft men het terug in de 18de eeuwse staat gebracht. In het bezoekerscentrum vind men achtergrondinformatie en is er een dia-montage, eveneens een bibliotheek met naslagwerken waar je eveneens kan nagaan of u denkt dat je een voorouder heeft die hier is gestorven .
