

Vandaag was een bezoek aan Logan's garden geplandt. We vertrokken richting Glenluce voor een bezoek aan Castle of Park en Glenluce Abbey
Castle of Park, ook wel Park Hay genoemd, is een laat-16-eeuws kasteel, 1,2 kilometer ten westen van Glenluce gelegen in de Schotse regio Dumfries and Galloway.

In 1830 verkreeg de familie Cunningham het Castle of Park. Deze familie gebruikte het kasteel om arbeiders te huisvesten. In de jaren 1970, na een leegstand van meer dan een eeuw, werd de toren gerepareerd door Historic Scotland, de huidige beheerders van Glenluce Abbey. In 1990 werd de toren verhuurd aan de The Landmark Trust en beschikbaar gemaakt voor vakanties. Spijtig is het niet open voor het publiek.
Castle of Park heeft een L-vormige plattegrond en bestaat uit vier verdiepingen. De traptoren heeft een extra verdieping met een kleine kamer. Het kasteel heeft een steil dak en beschikte vermoedelijk niet over een borstwering.
Boven de deur staat op een paneel te lezen:

BLISSIT THE.NA OF. LORD.THIS
VERK/AS.BEGVNT E.F ST.DAY.O .MARCH
1590.BE.THOMAS.HAY.OF.PARK.AND
JONET.MAK.DOVEL.HIS.SPOVS
Vrij vertaald: Gezegend in de naam van de Heer. Dit werk is begonnen op de eerste dag van maart 1590 door Thomas Hay van Park en Jonet MacDovel, zijn echtgenote.
In 1663 verkreeg de familie de baronie van Nova Scotia.
In de 18e eeuw werden twee lagen aan de oostvleugels toegevoegd van het kasteel.
Glenluce Abbey is een cisterciënzer abdij uit de twaalfde eeuw. Met de reformatie in 1560 kwam een einde aan de abdij. In het begin van de zeventiende eeuw was Glenluce een tijdelijk Lordship. Het best bewaard zijn de zestiende eeuwse kapittelzaal en de gevel van het zuidelijke transept.
Glenluce Abbey werd in 1190 of 1192 gesticht door Roland, Heer van Galloway. Het moederhuis was hoogstwaarschijnlijk Dundrennan Abbey; het alternatief zou Melrose Abbey zijn. Doordat de archieven van Glenluce Abbey verloren zijn gegaan, is er weinig bekend over de geschiedenis van de abdij.
In 1234 stierf Alan, de zoon van Roland, die zijn vader was opgevolgd als Heer van Galloway. De opvolging om het Heerschap was niet duidelijk. In het jaar erop rebelleerden de Heren van Galloway tegen Alexander II van Schotland, die de opstand neersloeg en clementie toonde. Dit weerhield zijn troepen er niet van om de regio te plunderen. Ook Glenluce Abbey werd hierbij niet ontzien. In hetzelfde jaar besloot het kapittel van Glenluce Abbey hun abt af te zetten wegens vermeende betrokkenheid bij de opstand.
In 1323 bevestigde Robert the Bruce dat de landerijen van Glenluce Abbey een vrije baronie vormden. Een eeuw later gaf Margaret, gravin van Galloway het de status van burgh.
In de vroege zestiende eeuw was de post van abt een lucratieve bezigheid. Toen in 1514 de abt van Glenluce Abbey stierf in de Slag van Flodden waren er dan ook drie kandidaten. De kandidaten waren naar voren geschoven door de paus, door regent Albany en door de abdij. De kandidaat van regent Albany was Walter Mallin, bisschop van Lismore, die uiteindelijk de nieuwe abt werd. Hij verhoogde de standaard van de abdij op vele vlakken, zoals onderwijs en discipline. Hij wist ook de corruptie aan banden te leggen.
Er is vrijwel niets bekend over het aantal monniken dat verbleef in Glenluce Abbey. Gezien de regels van de Cisterciënzers dat er minimaal twaalf monniken nodig zijn om een nieuwe abdij te stichten, zal dat het minimale aantal zijn geweest in 1192. Toen in 1560 de reformatie plaatsvond, telde de abdij vijftien monniken. De abt in 1560 was Thomas Hay. In 1572 leefden er nog vijf monniken met hun abt in de abdij. Ondertussen waren alle landerijen overgegaan in de handen van de graaf van Cassillis. De landerijen van The Park ten oosten van de abdij waren aan de abt geschonken. Zijn zoon, die ook Thomas heette, bouwde daar in 1590 Castle of Park, waarbij de abdij als steengroeve werd gebruikt. Tussen 1602 (de laatste monnik was overleden) en 1619 werd de abdij een tijdelijk Heerschap voor de administrateur Gordon van Lochinvar. In 1933 kwam Glenluce Abbey in staatsbeheer.
Glenluce Abbey is gelegen in een vallei waardoor de rivier Water of Luce stroomt. Aan de noordzijde van het kloosterterrein lag de abdijkerk, een kruiskerk, met het koor aan de oostzijde. Het schip had zes kapellen. De klokkentoren bevond zich boven de kruising. Het zuidelijke transept dat aansloot op het koor had twee kapellen en had toegangen tot de sacristie en het dormitorium op de eerste verdieping van de oostelijke vleugel. Op de begane grond van de oostelijke vleugel bevond zich de kapittelzaal. In de zuidelijke vleugel bevonden zich het refectorium, de brouwerij en de keukens, totdat de vleugel in de zestiende eeuw werd omgebouwd tot residentie van de abt en later de administrateur (commendator). Dit lot trof ook de westelijke vleugel, waar oorspronkelijk op de eerste verdieping de slaapruimtes voor de lekenbroeders waren en op de begane grond opslagruimtes.
Ten oosten van de oostvleugel was de begraafplaats van de broeders. Het hospitaal van de broeders, de werkplaatsen, stallen en andere bijgebouwen bevonden zich op het zuidoostelijke deel van het kloosterterrein.
De gevel van het zuidelijke transept is het meest substantiële deel dat is overgebleven van de abdijkerk. De huidige kapittelzaal werd rond 1515 gebouwd, wellicht ten tijde van abt Walter. De zaal is rijkelijk gedecoreerd met steenwerk. In de twintigste eeuw werden de ruiten hersteld, evenals de originele vloer.
Bijzonder op het terrein zijn de kleien pijpleidingen van de watervoorzienin
Na ons bezoek aan de abdij vervolgden we onze rit verder naar Dunragit waar we de B7084 namen richting Sanhead en via de A716 naar Ardwell en vervolgens naar Logan Garden
De tuin op Logan dateert uit 1869 toen James McDouall trouwde met Agnes Buchan-Hepburn, een zeer begeesterde tuinman van Smeaton in East Lothian. Agnes begon te experimenteren door het aanplanten van meer gevoelige soorten planten. Haar zonen, Kenneth en Douglas, erfde haar liefde voor tuinieren en bleven de tuin verder te ontwikkelen.
Toen Kenneth McDouall stierf, schonk hij Logan landgoed aan zijn neef, Sir Ninian Buchan-Hepburn, en in 1949 werd het landgoed overgedragen aan de heer Roland Olaf Hambro. Na de dood van deze laatste in 1960, werd een liefdadigheidsinstelling opgericht om de tuin te beheren Echter, de trust kwam in geldnood, en de curatoren gaven het landgoed aan de Schotse natie in 1969. In dat jaar, kocht Sir Ninian de woning en het beleid van de 3,5 hectare ommuurde tuin werd geschonken aan de Royal Botanic Garden of Edinburgh, samen met vijf hectare bos.
Meer dan 50% van de planten op Logan zijn van wilde herkomst, en veel van deze zijn afkomstig uit het zuidelijk halfrond. De tuin is de meest opmerkelijke in Schotland om zijn exotische mix van planten uit Mexico, Chili, Zuid-Afrika, Australië en andere gematigde delen van de wereld. Bijna 40 soorten gom boom (Eucalyptus) worden gekweekt in Logan met inbegrip van de sneeuw gom (E. pauciflora).
Na ons bezoek aan de tuin reden we richting Port Logan, Kirkmaden en zo verder naar de zuidpunt van de Rhinns of Galloway naar de Mull of Galloway
Mull of Galloway is het zuidelijkste punt van Schotland. Mull betekent afgeronde berg- of heuveltop.
Er staat een vuurtoren is op het uiterste punt van Mull of Galloway die is gebouwd in 1830 door Robert Stevenson, de witgeverfde toren is 26 meter hoog en steekt daarmee 99 meter boven zee uit.
Op de Mull bevindt zich één van de laatste stukjes ongerepte natuur aan de kustlijn van Galloway en daardoor kan men er een grote verscheidenheid aan planten en dieren aantreffen. Momenteel is het een natuurreservaat dat wordt beheerd door de organisatie RSPB.
De vuurtoren is nu geautomatiseerd en het aanpalende huisje van de wachter is nu omgebouwd tot bezoekerscentrum van het natuurgebied. Tijdens de zomermaanden kan men de vuurtoren bezoeken tussen 10:00 uur 's ochtends en 16:00 in de namiddag. In 2004 werd een nieuw café geopend aan de Mull of Galloway, genaamd "Gallie Craig". Het gebouw past in het landschap en men heeft er een zicht op Ierland en het eiland Man.
Na wat uitgewaaid te zijn was het tijd om de terug te keren naar onze thuis basis in Newton Stewart