

Wie bij de Schotse hoofdstad Edinburgh spontaan denkt aan druilerig regenweer, grauwe gebouwen en geruit gerokte mannen met enorme rosse snorren, moet dringend van z'n vooroordelen af (en minder Jommekes lezen). Edinburgh is een prachtige, in geschiedenis gedrenkte stad, magnifiek gelegen op de heuvelachtige oever van de Firth of Forth, het imposante estuarium van de Firth-rivier.
Edinburgh valt ruwweg uiteen in twee delen: de hoger gelegen oude stad, die in de schaduw van het als een arendsnest op een rots gebouwde Edinburgh Castle ligt, en daarnaast de nieuwe stad. Nou ja, nieuw. Edinburghs New Town dateert ook al van de 18de eeuw, toen Old Town zodanig overbevolkt raakte dat een architectuurwedstrijd werd georganiseerd voor het ontwerp van een nieuwe, veel ruimere stad, vol brede, rechte lanen en schitterende Georgiaanse pleinen. Het contrast met de oude stad is enorm.
Begin je verkenning op Waverley Bridge, bij het gelijknamige treinstation. De griezelig zwarte gotische toren vlak naast de spoorweg lijkt wel weggeplukt uit The Lord of the Rings. Het is het Scott Monument, opgericht ter ere van Sir Walter Scott, de schrijver van Ivanhoe. Je kan de 287 treden naar de top beklimmen als je dat wil. Links voor de toren ligt hoog op de rots die Edinburgh haar naam gaf (Dun Eiden) het kasteel, rechts strekt zich de nieuwe stad uit en links tekent zich het silhouet af van de oude stad. Door al die hoogteverschillen is Edinburgh een verrukkelijke doolhof van straatjes, trappen, bruggen en doorgangetjes, goed voor telkens weer nieuwe ontdekkingen en onverwachte panorama's. Na wat geklauter kom je vanzelf op de Royal Mile terecht, de opeenvolging van boulevards tussen de voet van het kasteel en het nagelnieuwe parlementsgebouw (Schotland heeft sinds 1999 voor het eerst in bijna 300 jaar weer een eigen parlement).
