

Als u vanuit het zuiden over de brug Fife binnenrijdt, ziet u eerst de scheepswerf bij Inverkeithing en het marinedok bij Rosyth. De A985 loopt in westelijke richting langs The Forth naar Culross. Culross is een van de meest pittoriske plaatsjes van Schotland, ontstond in de vijfde eeuw, toen St. Serf aan de noord-oever van de Forth op 'Holly Point', ofwel Culenros, arriveerde. Naar men zegt is het ook de geboorteplaats van St. Mungo, die naar het westen trok en de kathdraal van Glasgow stichtte. In 1932 begon de NTS met de renovatie van de witgekalkte gebouwen met hun rode dakpannen, ze verkeren nu in een uitstekende staat van onderhoud. Ga eerst naar het National Trust Visitor Centre om een toegangs bewijs voor het Town House,Palace en Study. In het Town House aan de hoofdstraat, heeft u een overzicht en een uitstekende inleiding over de geschiedenis van het stadje. Enkelen van de 4000 heksen die tussen 1560 en 1707 in Schotland werden omgebracht, werden op de bovenste verdieping van Town House veroordeeld en vastgehouden in afwachting van hun executie in Edinburgh. Achter het loket ziet u een kleine gevangenis met ingemetselde handboeien, waarin kleine criminelen werden vastgezet.
Het okerkleurige Culross Palace, dat aan het einde van de 16de eeuw door de rijke koopman George Bruce werd gebouwd, vormt het middelpunt van het plaatsje. Eigenlijk is het geen paleis, maar een luxueus huis met talloze zaaltjes en gangen. Binnen geeft het personeel informatie over de prachtig beschilderde plafonds, de vurenhouten lambrisering en de antieke meubels en snuisterijen. Buiten bepalen de dakkapellen en trapgevels het aanzicht van de ommuurde hof waarin het huis staat. De tuin is beplant met zorgvuldig uit zaad opgekweekte grassoorten, kruiden en groenten uit die tijd. In het café kunt u gerechten uit eigen keuken krijgen (open van 10u30 tot 16u30).(Foto's Culross Palace)
Acher het Town House liggen de keitjes van de Black Causeway, compleet met verhoogde middenpad, zodat de edelen zich niet onder het plebs (gewoon volk) hoefden te mengen.

Deze weg loopt omhoog naar de Stuby, een gerestaureerd huis dat zijn naam te danken heeft aan het kleine kamertje boven in het vooruitstekende torentje met de karbelen, u bereikt het via een wenteltrap. Het huis werd gebouwd in 1610, de eikenhouten lambrisering in Hollandse renaissancestijl en dateert van twintig jaar later.
Hoger op de heuvel liggen de overblijfsels van Culross Abbey, door cisterciënzer moniken gesticht op de grond die in 1217 door de graaf van Fife aan de kerk was geschonken. Van het schip staan alleen nog pilaarstompen overeind. Hoewel het moeilijk is om u een precieze voorstelling te maken van de abdij, is het toch een indrukwekkend geheel. Een ladder leidt naar een overwelfde zaal, die aan één kant is blootgesteld aan de elementen wardoor het lijkt alsof hij in het luchtledige hangt. Daarnaast liggen de met climatis begroeide pastorie en het koor van de abdijkerk, dat in 1633 de parochiekerk werd. Binnen kunt u op houten panelenlezen welke 18de eeuwse dignitarissen aalmoezen aan de armen schonken. Het 10de eeuwse Keltische kruis in het noordtransept herinnert aan de oorsprong van de abdij, op deze plek stond in 450 al een Keltische kerk. Het prachtge graf van de Bruces is versierd met albasten afbeeldingen van de familie, Sir George Bruce en zijn vrouw liggen er in vol ornaat tussen hun neerknielende drie zonzn en vijf dochters. Een koperen plaat doet verslag van het lot van Edward. Lord Bruce van Kinloss, die in 1613 door Sir Edward Sackville werd verslagen in een duel dat in het Hollandse Bergen werd uitgevochten. De ongelukkige Lord werd in Holland begraven, maar het hardnekkige gerucht dat zijn hart in Schotland lag, bleek op waarheid te berusten toen het tijdens werkzaamheden in de kerk in 1808 werd teruggevonden, gebalsemd en wel in een 'zilveren kistje van buitenlandse makelij'.
Het kerkhof is fascinerend. Vele graven dateren uit de 18de eeuw en zijn versierd met symbolen die het beroep van de overledene aangeven. Op de grafsteen van een tuinman staan een gekruiste spade en hark, en een doorgelopen zandlper, een symbool van sterfelijkheid dat op vele graven te zien is. Volgens oud, (en nog steeds gangbaar), Schots gebruik wordt op het graf van een vrouw haar meisjesnaam vermeld, zelfs als zij aan de zijde van haar echtgenoot is begraven.
