

De New Lanark fabrieken (Mills) werden in 1784 opgezet in de buurt van Lanark door David Dale in samenwerking met Richard Arkwright. De fabriek was opgezet als naar het voorbeeld van de Cromford Mill van Arkwright. Begin 19e eeuw kwam de fabriek in handen van Dales schoonzoon Robert Owen, die New Lanark verder uitbouwde tot een voorbeeld van utopisch socialisme. In 2001 werd New Lanark door UNESCO op de Werelderfgoedlijst geplaatst.
In New Lanark woonden ongeveer 2500 inwoners, voornamelijk voormalige armen uit Glasgow en Edinburgh. Owen vond de omstandigheden rond de gemiddelde mills onaanvaardbaar en zette veel voorzieningen op voor zijn inwoners. In 1816 was hij de eerste die een kleuterschool opende. Commercieel gezien ging het goed met de mills. Owens partners waren echter niet tevreden met de extra kosten die de opgezette voorzieningen met zich meebrachten. Owen weigerde de situatie terug te draaien en kocht zijn partners uit.
In Europa werd New Lanark bejubeld. Staatshoofden, koninklijken en (socialistische) hervormers bezochten Owens creatie. Vele bezoekers verbaasden zich over de wonderlijke samenstelling van een schoon en gezond milieu, tevreden werknemers en gezonde bedrijven.
Lees meer....
Een woonwijk. Het landschap: wild en romantisch. Niets duidt erop dat er hier vroeger op grote schaal katoen werd geproduceerd. Toch is New Lanark daadwerkelijk alleen om deze reden ontstaan. De Clyde die hier langsstroomt, dreef hier al sinds 1785 de meest winstgevende katoenspinnerijen van Schotland aan. Echt beroemd werden deze fabrieken echter om heel andere verworvenheden: sociale namelijk. Er waren scholen, ruime woningen, gratis medische zorg, een spaarbank en een coöperatieve winkel. Dit alles was het werk van de fabrikant Robert Owen die wilde dat zijn arbeiders het goed hadden. Dat was in die tijd, rond 1800, een echte sensatie. Vandaag de dag is New Lanark behalve werelderfgoed ook een levendig wooncomplex. De fabrieken zijn gesloten maar de bezoekers kunnen hier toch veel over het verleden ontdekken: een gerestaureerd arbeidershuisje, een klaslokaal uit de tijd van Owen en er zijn nog textielmachines in werking. Een videofilm neemt de toeschouwer mee op een reis door drie eeuwen heen en in een dramatische audiovisuele show laat een klein meisje zien hoe het leven in New Lanark er in 1820 uitzag.
David Dale was helemaal ondersteboven van de snelstromende Clyde. Waar anders alleen schilders en dichters in vuur en vlam raakten, stampte de Schotse bankier en ondernemer uit Glasgow in 1785 in een mum van tijd het industrieterrein New Lanark uit de grond. Binnen slechts enkele jaren ontstond hier het grootste katoencentrum van Schotland. Meerdere door water aangedreven spinfabrieken, stabiele huurwoningen en een heel leger van arbeiders: zo zag New Lanark eruit toen Robert Owen, de schoonzoon van David Dale, de leiding van het bedrijf op zich nam. In de daaropvolgende 25 jaar leverde de al spoedig beroemde sociale hervormer het bewijs dat commercieel succes niet noodzakelijkerwijs met onderdrukking en uitbuiting van de werknemers gepaard moet gaan. Hij investeerde met vooruitziende blik een deel van de bedrijfswinst in betere leefomstandigheden voor zijn arbeiders. Vooral aan onderwijs hechtte hij veel waarde – niet verwonderlijk als men bedenkt dat een groot deel van zijn arbeiders kinderen waren. Daarom riep Owen het ‘Instituut voor de vorming van het karakter’ in het leven: een soort basisschool voor de jongste kinderen die nog niet in de spinnerij werkten. Voor de oudste kinderen kwam er een avondschool. Bovendien richtte hij een levensmiddelencoöperatie op, een pensioenfonds, een soort ziektekostenverzekering en een kleuterschool en hij introduceerde de 10-urige werkdag. Door deze maatregelen werd hij een pionier op het gebied van de coöperatieve vereniging en de vakbond en hij werd de held van de kleine man. In eigen kring stuitte hij echter voor het merendeel op onbegrip en zelfs op openlijke afwijzing. In 1825 was het Owentijdperk in New Lanark voorbij. Met zijn hervormingen werkten nog lang na. De katoenspinnerijen werden gemoderniseerd – turbines vervingen geleidelijk aan de oude waterraderen. In 1968 werden de fabrieken stilgelegd en het terrein raakte in verval. Dankzij een omvangrijke renovatie is New Lanark nu weer een druk plaatsje met bijna 200 inwoners en een spannend industriemuseum.
Lees meer....
Robert Owen werd in 1771 als zesde kind geboren in Newtown, Wales. Roberts vader was zadelmaker en hoefsmid. Robert was een zeer intelligent kind en heel leergierig. Na negen jaar op school te hebben gezeten ging hij in een plaatselijke winkel werken. Hier heeft hij een jaar gewerkt, waarna hij naar Londen vertrok. Daar voegde hij zich bij zijn broer. Via hem kwam hij in contact met een spinner waarvoor hij ging werken. Hier heeft hij een tijdje gewerkt, maar hij ging ook hier snel weg, en ging naar een grote spinnerij in Londen. Hier had hij het heel zwaar en na een paar maanden ging hij ook hier weg. Hij verhuisde naar Manchester en begon hier een eigen weverij met 3 werknemers. Deze onderneming ging erg goed. Dit stelde Robert in de gelegenheid manager te worden van een grote weverij en hierna werd hij "meester katoenspinner" en uiteindelijk werd hij partner in de Chorlton Twist Company.
Toen Robert zesentwintig was trouwde hij met Caroline Dale wier vader David Dale een grote weverij bezat in New Lanark. Robert nam na enige tijd de weverij over en begon alles op te knappen. Er werkten 1500 à 2000 mensen, waarvan 500 kinderen. De werkomstandigheden waren slecht: de ventilatie was erg slecht waardoor de mensen altijd kortademig waren en de werkdagen waren lang tegen lage lonen. De kinderen die er werkten waren niet of nauwelijks opgeleid. Daarom bedacht Robert iets nieuws voor deze kinderen: hij liet ze leerling-wever worden en legde de verantwoordelijkheid bij hun leermeesters. Maar dit leidde aanvankelijk niet tot resultaat waardoor de leefomstandigheden van de leerlingen slecht bleven. Ook de omstandigheden van de arbeiders waren slecht en het alcoholmisbruik lag hoog.
Robert wilde een experiment beginnen, maar moest daarvoor het vertrouwen hebben van de arbeiders. Dit kreeg hij toen de Amerikanen geen katoenvezels meer leverden. De weverij lag 4 maanden stil, maar Robert Owen betaalde zijn arbeiders gewoon door. Hiermee had hij veel vertrouwen gewonnen en nu kon hij beginnen met zijn experiment. Als eerste probeerde hij de werkdagen te verkorten van 13 naar 10 uur. Maar dit werd onder druk van zijn partners tegengehouden, de werkdag werd juist verlengd naar 14 uur per dag. Maar andere hervormingen hadden meer succes, want er werd een minimumleeftijd ingevoerd. Deze was minimaal 10 jaar en er werden alle kinderen uit de omgeving aangenomen. Hij liet ook de arbeidershuizen opknappen en liet de straten betegelen. Er werd ook een kosteloze school geopend. Hij bedacht ook nog een systeem om het gedrag te verbeteren: Hij maakte bordjes (silent monitors) in verschillende kleuren zwart= slecht, blauw = onverschillig, geel = goed, en wit = uitstekend. Na enige tijd waren er alleen maar gele en witte bordjes!
Het experiment was geslaagd, zijn werknemers mochten hem en werkten hard door. Owen heeft nog twee sociale experimenten gedaan maar die zijn mislukt. Wel staat vast dat Owen veel invloed heeft gehad op het schoolsysteem, in de fabriek en in de maatschappij. Robert Owen overleed op 17 november 1858.