

Naast het kasteel is er nog veel meer te beleven in Edinburgh. Er zijn tal van bezienswaardigheden
De Royal Mile, de naam van de strook die het Castle met Holyrood verbindt, werd in 1724 door Daniel Defoe beschreven als:" Niet alleen de grootste, langste en mooiste straat, qua gebouwen en het aantal inwoners, van Groot-Brittannië, maar van de wereld." Hij is bijna een mijl lang en in vier afzonderlijke straten verdeeld: Castlehill, Lawnmarket, High Street en Canongate. Vanhier vertakken zich, in een visgraatpatroon, binnenplaatsjes en steile steegjes die u via poortjes (pends) bereikt. Na de bouw van de Nieuwe Stad raakte de Royal Mile ernstig in verval, maar inmiddels is hij zijn reputatie van sloppenwijk kwijt en is hij weer een zeer geliefde woonbuurt geworden. Hoewel enigzins ontsierd door de vele dure winkels, behoort hij nog steeds tot een van de aansprekendste delen van de stad, en is de moeite waard om uitgebreid te verkennen.
Verder op de Royal Mile vind je St Giles Cathedral , een aantal musea en een heleboel winkels en restaurants. Let erop hoe hoog de gebouwen hier zijn. Dat was al zo in de middeleeuwen, toen iedereen zo dicht mogelijk bij het kasteel wou wonen. De adel resideerde bovenaan; het voetvolk hokte samen in de donkere onderste verdiepingen, dicht bij de stinkende straat.
Onder aan de Royal Mile krijg je een uitzicht op Arthur's Seat, de 251 meter hoge spectaculaire groene rotsheuvel die je je in de Highlands doet wanen. In de schaduw ervan staat het Palace of Holyroodhouse, de verblijfplaats van Mary, Queen of the Scots . Dichter bij het centrum - en makkelijker te beklimmen - vind je de 100 meter hoge Calton Hill, de heuvel die door z'n vele monumenten wel eens de 'Acropolis van Edinburgh' wordt genoemd. Op zonnige dagen is Calton Hill goed voor het allermooiste uitzicht over de stad dat je je kan dromen.
In Edinburgh heeft zich het ware verhaal afgespeeld van de skyeterriër Bobby, ook wel "Greyfriars Bobby" genoemd. Nadat zijn baasje John Gray, een politieman te Edinburgh, overleed op 15 februari 1858, sliep Bobby gedurende 14 jaren bij het graf van zijn baasje op Greyfriars Kirkyard. Bobby werd door veel mensen op de klokslag van één uur 's middags gezien waarop hij naar het koffiehuis ging en daar zijn middagmaal van de eigenaar kreeg. Bovendien werd de licentie (een voorloper van hondenbelasting) betaald door de provoost van Edinburgh, Sir William Chambers, die een groot dierenliefhebber was. Bobby overleed in 1872. Een gedenkteken ter ere van Bobby, geprezen om zijn loyaliteit, staat in Greyfriars Place, vóór het voormalige koffiehuis, nu pub. De Kirkyard ligt er direct achter.
Buiten het centrum is de “Royal Botanical Garden” zeker een kleine uitstap (2 km) waard. Deze botanische tuin, aangelegd in 1823, bevat prachtige serres in Victoriaanse stijl, Japanse tuinen, rots tuinen en een wondermooie collectie rododendrons, maar verder ook azalea’s, varens, orchideeën en andere tropische planten.
